
Als titel had ik ook kunnen kiezen voor Zeg dat het niet waar is #2. Vastbesloten was ik om nog 'gauw' een nieuw rokje voor mezelf in elkaar te steken voor het Groeifeest van neefje T een week later. Even vastbesloten was ik ook over de keuze van de stof (In Den Beer) en het model (Burda 2005/10, n° 121).
Na kinderbedtijd ontruim ik dan ook met veel enthousiasme de eettafel. De lap stof blijkt bij het open plooien smaller dan een doorsnee stof. Geen probleem, ik ben van mening dat mijn ingenieuze brein het weer eens zal flikken om toch alles uit de lap te krijgen. Ik vouw, schik, vouw opnieuw, herschik tot ik alle rok-, pas- en zakdelen uit de lap heb geknipt. Trots overschouw ik de luttele snippers stof die nog over zijn en de geknipte patroondelen die klaar liggen om af te boorden. Dat heb ik weer prima gedaan.
Voor ik moe maar voldaan richting bed wil vertrekken, overloop ik nog een laatste keer het lijstje met benodigdheden en patroondelen in de werkbeschrijving. De euforie maakt plaats voor mistroostigheid: ik ontbreek een tweede zijpand en de stof is op. De teleurstelling wordt gedeeld met Manlief. Zoals bij alle Belangrijke Kwesties, heeft hij een oplossing: "Zoek een stofje dat er bij past voor dat tweede zijpand. Dat wordt een origineel effect." Daarom is hij dus mijn Man...
De volgende ochtend, zeil ik Mertens binnen, met in mijn zog Manlief en kinderen. Daar vind ik de laatste centimeters (net genoeg!) katoen in het perfecte geel, bijpassende gele bias om paspel van te maken, garen en een rits. De hele week werd er elke avond driftig genaaid en op zaterdagmiddag wordt de voering nog gezoomd terwijl Man en kinderen al vertrekkensklaar zitten te wachten in de auto voor het ritje richting Groeifeest.
Geen kat die ziet dat die gele lap oorspronkelijk niet de bedoeling was. 't Is gewoon het allerhipste rokje ooit geworden, het zit als gegoten en het heeft zakken. Kortom, start de lopende band maar alvast!