
Het doet me altijd terugdenken aan de lessen Technologische Opvoeding: half-fabrikaten. Maar zo noem ik ze: de reeds geknipte patroondelen uit stof, de half in elkaar gezette naaisels, de breisels waar de draadjes nog van ingestopt moeten worden en de kledingstukken waar eens iets aan versteld moet worden. Ze verdwijnen samen in een grote mand.
Zo op gezette tijdstippen neem ik mij voor om eerst die mand leeg te werken alvorens ik de schaar zet in alweer een nieuwe lap stof. Dat lukt natuurlijk van geen kanten, dus ben ik al lang blij als er geen nieuwe stukken bijkomen in die mand. En af en toe raakt er ook wel eens iets helemaal af.
Onlangs viste ik de verknipte stofdelen voor een winterrok uit de mand met half-fabrikaten. Eigenlijk nog zo slecht niet, dat ze een beetje 'gerijpt' hadden, want ondertussen heb ik een mooier rok-patroon in mijn patronenmap. Dus legde ik nieuwe patroondelen op de reeds geknipte en knipte hier en daar wat bij.
Voor de binnenband had ik ondertussen ook een geweldig idee: een restje stof van een jurk die mijn grootmoeder heel lang geleden droeg. De stof vind ik eigenlijk afgrijselijk lelijk, maar er zitten zoveel herinneringen aan vast dat ik het nooit over mijn hart kon krijgen om het lapje weg te gooien. En nu draag ik dus een stukje oma met me mee...






