Tijdens de avondboterham neemt Vader de post door, ook de schoolpost. Er is een brief over taarten bakken voor het grootouderfeest eind november en er is een brief over verkleden… voor de dag erop. Als afsluiter voor het project rond de wondere wereld van het bos, met kabouters, paddestoelen, pompoensoep, spinnen en egeltjes in klei mogen ze zich op woensdag verkleden, “op vrijwillige basis”.
Wat een leuk idee, maar in mijn hoofd gaat de alarmbel heel luid af: ik heb helemaal geen verkleedkleren voor mijn Mijnheertje. De alarmbel activeert vervolgens mijn creatieve brein. Tijdens het in bed stoppen, het opruimen van de keuken, het koken van de aardappelen, het bakken van de worsten, het leegeten van mijn bord en het verdwaasd tv-kijken knetteren mijn hersenen. Maar een oplossing die nog diezelfde avond te realiseren valt, komt niet van de band gerold.
Zo rond half tien dreig ik te besluiten dat “op vrijwillige basis” betekent dat Mijnheertje O. ook in zijn gewone plunje naar school kan de volgende dag. Maar dan neemt het moederhart het over, volgt er nog een laatste knetter in mijn hersenpan en sluip ik vervolgens naar boven. Er ligt in de stoffenkast nog een restje rode fleece dat ik over heb van
dit jasje. Terug beneden mik ik zijn wintermuts op een stuk krantenpapier, teken de omtrek over en pas het model aan tot het een puntmuts wordt. Vervolgens knip ik in al mijn euforie twee linkerhelften waardoor het restje fleece fel geslonken is ik even vrees dat er geen rechterhelft meer uit te knippen valt. De helften worden in ijltempo aan elkaar gestikt, ik wurm nog een belletje aan een lintje in de punt en stik voor de netheid een klein zoompje. Oef, en half uur later ligt er een ware kabouteroutfit klaar: een groen topje van mezelf dat voor Mijnheertje dienst kan doen als hesje, een leren riem van mezelf voor in zijn middel, een stoere ribfluwelen broek, een
gehaakte paddestoel uit de speelgoedkoffer en een gloednieuwe kaboutermuts. Mijn creatieve brein heeft zijn werk gedaan en mijn moederhart is gesust: ons oudste Mijnheertje kan de volgende dag “op vrijwillige basis” verkleed naar de kleuterklas.
De volgende ochtend zie ik mijn niet van echt te onderscheiden kabouter vrolijk weghuppelen tussen een hoop heksen en spider-mannen.